Streetgolf

Onder het betonnen metroviaduct tussen de Bijlmerflats Kleiburg en Kruitberg krijgen twee kinderen golfles. Hier wil ik meer van weten.
Ik associeer golf met babyboomers in lullige truien. Niet met bruine kinderen in een hoody. Onzin natuurlijk, want ‘s werelds beste golfer lijkt in de verste verte niet op een Hollandse pensionado.
Mary en Shakindra zijn aan het putten. Tientallen balletjes liggen op de green. Op initiatief van golfleraar Chris Ogar en K-Zone Sport is hier een kleine course aangelegd. Hij wil golf laagdrempelig maken voor de kinderen in de Bijlmer. Zo komen ze van de bank af. Daarbij, zo legt Chris uit, wordt golf gespeeld zonder scheidsrechter. Zodat de kinderen leren om eerlijk te spelen en samen problemen op te lossen.
De kinderen ruimen de ballen op. Shakindra gaat oefenen op het afslaan. Hij wil professional worden, maar heeft nog een lange weg te gaan. Hij swingt in de richting van het viaduct. Graspollen vliegen om mijn oren. Als er een metro aankomt, roept Chris even te wachten tot die voorbij is. “If you’re doing well, you might break a window!”

Shakindra swings
Shakindra swings
Putten
Putten
Mary swings
Mary swings
Chris
Chris

Café Insulinde

Ger stond in het portaal van café Insulinde een sigaret te roken. Café Insulinde is een ouderwets Amsterdams café. Zo eentje met vitrage voor de ramen, waar nog een biljart midden in de zaak staat. Voor de speelfilm over André Hazes zijn hier pas nog opnames gemaakt.
Ruim tien jaar fiets ik hier een paar keer per week langs, maar het was nog nooit in me opgekomen om eens naar binnen te gaan. Nu was ik nieuwsgierig.
In ruil voor zijn medewerking wilde ik met Ger een biertje drinken. Gelukkig heb ik intussen de leeftijd bereikt dat ik zonder argwaan te wekken tussen de stamgasten kan gaan zitten. Het bier zat in flesjes en de gokkast rinkelde.
Toen ik op de vraag naar het hoe en waarom antwoordde dat ik al jaren op straat foto’s maak, zei Ger: ‘Dan ken je vast Cor Jaring wel. Dat is een volle neef van me. Ik kom ook van Kattenburg. Ome Willem, z’n vader, had daar een uitdragerij. Cor werkte in de haven, maar ik had andere plannen. Toen ik zestien was kocht een kiepwagen. Ik had geeneens een rijbewijs, dat kon toen allemaal. Twintigduizend gulden. Binnen een jaar had ik de bank terugbetaald. Duizend per week verdiende ik. Een huis vol mooie spullen hadden we. Belt er op een dag een kerel van de belastingen aan. Ik weet het nog precies: het was de verjaardag van Willy. Hij zegt: ‘Ik kom honderdzeventwintigduizend gulden btw ophalen.’ Ik zeg: Wil je het meteen hebben of drink je nog een cognaccie? Na de vierde zei die dat hij later nog wel eens terug zou komen. Uiteindelijk hebben ze een openbare verkoping gehouden, het hele huis leeg. Maar m’n oom, die goed geld had, had alles gekocht. Kreeg ik het weer van hem. De rest werd kwijtgescholden, als ik maar nooit meer voor mezelf zou beginnen.
Het was een heel andere tijd. Veel gemoedelijker. Tegenwoordig is de Indische buurt de Indische buurt niet meer. Verbeterd, zeggen ze. Maar de prijzen die de mensen nou voor een woning moeten betalen. Logisch dat er hier in het café bijna niemand meer komt, ze houden geen cent over voor een pilsje.

Ger, rechts in het portaal
Ger, rechts in het portaal