Cees

Twaalf jaar lang was Cees mijn benedenbuurman. De eerste zeven jaar zag ik hem nauwelijks omdat hij meestal bij zijn dertig jaar jongere vriendin logeerde. Cees was een levensgenieter, een charmeur ook. In de vijftiger jaren was hij vaak op het Leidse plein te vinden. Daar leerde hij Spank kennen. Spank was zijn laatste vriend.
De bekrompenheid van het arbeiders milieu waarin hij opgroeide wilde Cees snel achter zich laten. Hoewel hij slim was, maakte hij geen school af, en stortte zich liever in het vrije leven. Hij werd geluidsman in de begin dagen van de televisie, en reisde door Europa voor reportages. Hij was geen onverdienstelijk amateurfotograaf; hij pronkte altijd met zijn Leica. Zijn grootste hobby was zweefvliegen. Ná vrouwen versieren natuurlijk.
Hij moet een fantastisch leven gehad hebben, totdat de ouderdom kwam. Cees werd een oude kankerpit. Alles en iedereen moest het ontgelden. “Doodschieten”, was zijn vaste commentaar bij elk tweede artikel in de krant. Zelfs Spank hield het regelmatig een paar weken voor gezien.
Ik kon wel met Cees overweg. Altijd wilde hij praten over fotografie. Iedere keer vroeg ik hem dan of ik een foto van hem mocht maken. “Sodemieter op. Vroeger misschien, maar nu niet meer.”
Langzaam takelde hij af. Maar niemand mocht hem helpen. Hij was gevallen met zijn rug op de punt van een tafel. De wond genas maar langzaam; wekenlang liep hij dagelijks naar zijn huisarts voor een vers verband. Ik vroeg of ik boodschappen voor hem moest doen. “Waarom? Ik ben toch geen seniele ouwe kerel, sodemieter op.”
Twee jaar geleden verhuisde ik. Drie straten verder. Cees zou bij ons op bezoek komen, en ik bij hem. Maar je weet hoe dat gaat. Ik kwam hem wel af en toe tegen. Bij de Hema bijvoorbeeld, dronken we samen een bekertje chocolademelk. De laatste keer was ik met mijn dochter. Cees was gek op haar, en zij, gek genoeg, op Cees. “Opa Cees”, zei ze tegen hem. En ze gaf hem een zoen toen we weg gingen, hoewel hij naar pis stonk.

Een paar weken geleden zag ik dat zijn huis leeg was. Ik belde aan bij Spank. Cees was dood. Spank had hem na vier dagen gevonden. Niemand wilde de begrafenis betalen, dus de gemeente verkocht zijn Leica en de rest werd afgevoerd. Spank was als enige bij zijn begrafenis aanwezig.
Ik ben gaan kijken op Sint Barbara bij zijn graf, B-167. De komende tien jaar zijn dit zijn nieuwe buren. Drie boven elkaar, net als in de Pijp. Als ik het goed heb is hij nu de bovenbuurman.

Luister ook nog even naar dit: I dreamed in the cities at night, Benjamin Herman

Buurman Cees
Buurman Cees
B-167 3 hg
B-167 3 hg