Bokssport

Eén van mijn eerste herinneringen:
Ik moet drie geweest zijn. We woonden in de Botterstraat, Banne Buiksloot. Ik werd wakker uit mijn middagslaapje, klom uit bed op zoek naar mijn moeder. Toen ik haar niet kon vinden in huis rende ik huilend het balkon op. Een voorbijganger riep naar boven wat er aan de hand was. Hij belde aan bij alle buren. Even later kwam mijn moeder binnen, tilde me op en nam me mee naar de buurvrouw. Daar moest ik stil zijn omdat er televisie werd gekeken. Een opgewonden stemming: Olympische spelen, boksen. Ik zat op schoot. Die donkere man in de ring kende ik. Hij woonde naast ons.
Het was James Vrij, de buurjongen. De familie Vrij woonde naast ons op de trap. James kwam voor Nederland uit op de Spelen van München en mijn moeder wilde zijn partij natuurlijk zien. De dag daarvoor liep de controleur van het kijk- en luistergeld door de straat. En omdat wij notoire zwartkijkers waren had mijn moeder de tv losgehaald en in de kast geduwd. Daarom had ze mij alleen gelaten. Daar moet mijn liefde voor de bokssport zijn begonnen.
James Vrij verloor in twee ronden van de Hongaar Kajdi; dertig augustus 1972.
James vader, Harry, bokste bij ome Bep. De club zijn waar ik jaren later ging boksen. Ome Bep was een idealist die meevocht in de Spaanse burgeroorlog, en bovendien een begenadigd bokser. Hij werd vier maal Nederlands kampioen lichtgewicht.
Voor ome Bep gold: niet lullen maar poetsen. Of je nu wedstrijdbokser of recreant was, als je niet hard genoeg trainde, kon je je aan gaan kleden. Zo stuurde hij eens een talentvolle bokser weg die tegen zijn aanwijzing in te aanvallend bokste; hij hoefde niet meer terug te komen. De tucht wierp zijn vruchten af. De club leverde kampioenen af in de verschillende amateurklassen.
Kampioenen hebben niet meer op de club. ‘The art of self defence’ is ingehaald door kickboksen. Of toch, één: Muhammet Uysal was Nederlands kampioen A-klasse. Hij bokste op ons gala tegen hoofdtrainer Henk Sleijfer. Ook geen geringe vechter; won menig partij in de B-klasse.
Ach, kijk zelf, zijn het niet allemaal kampioenen?

Galaatje
Galaatje

Hesp
Hesp
De jonkies
De jonkies
Rondemiss
Rondemiss

Gala SBK

In de hoek
In de hoek
Leverstoot
Leverstoot

Gala SBK

Veteranen
Veteranen
Boxeur des Rues
Boxeur des Rues

Gala SBK

Incasseren
Incasseren
Kom maar
Kom maar

Gala SBK

Schleijfer tegen Uysal
Schleijfer tegen Uysal

Gala SBK

Gala SBK

Smokey

Eindelijk had ik weer eens tijd om mijn Antilliaanse motorvrienden in de Bijlmer op te zoeken. Ze hadden me al afgeschreven. De foto´s die ik heb meegenomen maken veel goed. Ik krijg meteen bier.
Leo heeft eindelijk zijn motor teruggekregen van justitie. Of ik er een mooie foto van kan maken. Hij heeft nog helemaal geen foto´s nadat hij zijn motor had gecustomised: bij de eerste donut werd hij in beslag genomen.
Bij de garageboxen is Smokey aan het boksen met een andere man. Niet echt, maar toch wil geen van beiden voor de ander onderdoen. Ze vragen me wie er zou winnen in een echt gevecht. De andere man is gespierder, heeft een redelijke bokstechniek, maar toch kies ik voor Smokey. ´Jij ziet er het gevaarlijkst uit. Misschien kan hij wel beter boksen, maar voor jou zou ik een blokje om lopen.´ Hij kan mijn eerlijkheid wel waarderen.
Terwijl ik foto´s maak van Leo´s motor, raken de mannen in een verhitte discussie. Mijn Papiamentu laat me in de steek; ik heb geen idee waar het over gaat. Opeens pakt Smokey een plastikzak en haalt daar een gamba uit. Blijkt dat ze elkaar proberen af te troeven met het beste recept voor grote garnalen.
Gelukkig gaat het daarna weer gewoon over neuken.

Smokey
Smokey
Leo heeft zijn motor terug
Leo heeft zijn motor terug

Lyme & Boksen

Hij: “Mijn lichaam heeft zon nodig. Ik zie er wel gespierd uit en zo, maar mijn lijf rot weg. Ik heb Lyme, vijf jaar geleden ben ik in het Vondelpark gebeten. Het is net een soort HIV, mijn hele immuunsysteem is naar de klote. Ik had twee maanden longontsteking. Kijk ik kan niet eens rechtop staan. Ik was sportinstructeur; Capoeira, Pensak Silac, yoga gaf ik ook. Nu kom ik vaak mijn bed niet eens uit, doe ik liggend ademhalingsoefeningen; daarom zie ik er nog zo goed uit. Mijn voordeel is dat ik een vechter ben. Ik heb een klote jeugd gehad, dan leer je overleven. Ik heb kanker overwonnen, maar dit…
Ik doe nu mentale coaching. Kijk mensen moeten leren over zichzelf na te denken: wat doe ik goed, wat houdt me tegen. Laatst was er een jongen, een kunstenaar, loopt al jaren te kloten, het schiet niet op. Ik zeg: in drie sessies ken jij jezelf. Ik laat hem praten, en hij moet het opschrijven. Ik doe niks. Het jaar erop verkoopt ie voor een ton. Heeft ie me getrakteerd op een etentje.
Doe jij aan sport? Boksen… Dacht ik al. Waar? Bep Kneppers, in de Jordaan. Klassieke stijl.
Wacht effe, kijk. Jullie stoten zo… Ik doe het zo, open hand, kan je meteen voor de ogen gaan: Pensak hè. Wegdraaien uit jouw lijn, kijk sta ik naast je, kan je mij niet raken. Ik geef jouw een elleboog. Mag niet bij boksen. Op straat geef ik er dan nog een schopje op de knie bij. Als ie het dan nog niet begrepen heeft een aai over zijn neus en dan vlakke hand op z’n oor. Ik kan niet meer wegrennen hè. Dus het moet effectief zijn.
Boksen is schitterend. Ik houd van Engelse stijl: schouder een beetje terugdraaien, voorste hand laag, kan je tegenstander nooit alles tegelijk in de gaten houden. Shit man, ik heb zin om een potje met je te sparren. Over een jaar misschien, als ik weer beter ben.”

Lyme
Lyme
Pensak
Pensak

Lyme & Boxing

“I really need the sun. I may look fit, but my body’s rotting away. Lyme’s. Caught it right here in the Vondelpark. It’s like HIV. My immune system’s totally buggered. I had pneumonia for two months. Look, I can’t even stand up straight. I used to be an instructor: Capoeira, Pencak Silat, yoga too. Now I can’t even get out of bed some days, so I do breathing exercises lying down. That’s why I still look so fit. I’m a fighter – that’s my main advantage. My childhood was crap, but you learn to survive. I beat cancer, but this…
I’m into mental coaching, these days. People need to start thinking about themselves: What am I doing right? What’s holding me back. A while back, there was this guy, an artist, who just kept screwing around, wasn’t making any progress. So I said: three sessions and you’ll know all about yourself. I let him talk and he had to write it down. I just sat and watched. The year after that, he sold a hundred-thousand’s worth of paintings. So he took me out to dinner.
Do you do any sports? Boxing? I thought so. Where? Bep Kneppers in the Jordaan? Classic style. Wait, watch this. You guys punch like this. I do this. Open hand. That way you can go straight for the eyes. Pencak style, yeah? Turn off your line, like this, now I’m next to you and you can’t hit me. I give you the elbow. That’s not allowed in boxing. Out in the street, I’d add a kick to the knee for good measure. And if that doesn’t teach them, I give them a stroke to the nose and then a slap to the ear. I can’t run away, see? So I have to be effective.
Boxing is brilliant. I love the English style: shoulders back a bit, front hand low, so your opponent can’t see what you’re up to down there. Shit, man, I’m in the mood to do some sparring with you. Maybe next year when I’m better.”

Translated by Richard de Nooy

Lyme
Lyme
Pensak
Pensak