Gerard

Gerard zit op het dak. Gerard zit zijn hele leven al op het dak. Over vier weken komt hij er van af, dan gaat hij met pensioen. Maar nu is hij nog werkmeester bij DWI herstel. Samen met werklozen vernieuwd hij het dak van het Limonadepaviljoen op Jeugdland. Niet dat die jongens van hem dakdekkers zijn, maar zo doen ze ten minste arbeidsritme op.
Ik sta op de grond en luister een gesprek af. Een van zijn jongens zegt vooral goed geld te willen verdienen.
“Maar wat kan je dan”, zegt Gerard. “Je hebt het nooit langer dan twee of drie maanden ergens uitgehouden. Als je geld wilt verdienen moet je een vak leren.
Dacht je dat ik dakdekker wilde worden? Mijn meissie raakte zwanger, en we moesten trouwen. Zo ging dat in die tijd. Dus er moest brood op de plank. Bij een dakdekker in Wormerveer kon ik aan de slag. Dacht je dat ik het leuk vond? We werkten toen nog met gieters met vloeibare bitumen. ‘s Avonds kwam ik thuis, zat er overal teer. Op mijn kop, mijn armen, zelfs op mijn zak zat teer. Maar ik werkte hard. En na een half jaar hielp mijn baas me een huisje te kopen. Het was niks hoor, vier muren en een dak. Ik heb er dertig jaar over gedaan om het op te knappen.
Kijk, er is nu geen werk voor dakdekkers. Maar als jij zorgt dat je de beste dakdekker van de wereld wordt, zorg ik dat je een baan krijgt. Dan heb je een beroep en dan verdien je geld. Je moet eerst wat kunnen. Ik heb nog vier weken om het je te leren. Kom op, aan het werk.

Gerard
Gerard Baas