Vechtsportgoeroe

Kennen jullie Paul uit het park nog? De vechtsportgoeroe met de ziekte van Lyme.
Ik had hem lang niet meer gezien en vroeg me af of hij nog leefde. En of ie leeft.
Onder het treinviaduct tussen de Van Swinden- en Javastraat stond hij te praten met Frankie. Frankie is ook vechtsportliefhebber. Hij is gespecialiseerd in Wing Chun kungfu. Maar ook niet vies van een potje Taekwondo. En Paul, Paul beoefent zo’n beetje alle vechtsporten: van boksen tot capoeira. Maar zijn hart ligt bij Pensak Silac. Ondanks zijn manke poot spijkert hij Frankie wekelijks bij in het voetenwerk. Want het voetenwerk is alles bij elke vechtsport.
‘Je moet altijd wegdraaien. Ik zorg dat de rits van je jas nooit recht voor me is. Kijk, ik draai naar rechts, ben jij uit balans. Achterste hand altijd open, kan ik het afmaken in je gezicht.’
De Lyme heeft hem gesloopt, maar het gaat iets beter. Hij komt uit een oersterk geslacht. Zijn moeder was Surinaams, half Javaans. Zijn vader een joodse Antilliaan. Hij heeft het beste van alle werelden in zich. Was ook gek op vrouwen uit alle windstreken. Paul heeft vier zonen bij vier verschillende vrouwen: een Nigeriaanse, een Surinaamse, een Marokkaanse en een Hollandse. Nee, hij ziet die jongens nooit. Het zij zo.
‘En waar heb jij uitgehangen’, vraagt Paul? Ik vertel hem over mijn jaar op Jeugdland. ‘O, dan ken je die fotograaf met die oorringen ook. Kom, hoe heet ie ook al weer. Max ja. Die ken ik nog uit de Paradiso, 1980 ofzo. Wist je dat ie een schitterend boek heeft gemaakt met foto’s uit die tijd. Sta ik ook nog in. Dat was een heel andere tijd; hard, maar er kon zoveel meer. Maar dat spelen met dope zal me geen goed gedaan hebben. Nu drink ik zelfs geen alcohol meer. Geen behoefte aan ook. Ik ben helemaal in balans. Kom, ik laat je nog even zien wat je moet doen als je op straat met iemand staat te duwen en trekken…’
En voor ik het weet sta ik onder het viaduct een potje te met Paul te sparren. Een trein dendert boven ons hoofd.

Paul uit het park

Potje sparren