Tuintje

Soms lukt het gewoon niet een gesprek aan te knopen.

Ja, een foto maken vond ze goed.
Arthur had het tuintje aangelegd.
Nee, het werd ‘s nachts niet gesloopt.
Ze woonde vijf jaar hier, Arthur al veel langer.

Ik moest de woorden uit haar trekken.
Ze had twee zoons. Nee, die woonden niet hier, maar bij hun oma.
Waarom?

Toen liep ze naar binnen. Ik bleef nog even staan, maar begreep dat ze niet terug zou komen.

Tuintje
Tuintje

Max Natkiel

Al meer dan vijftien jaar is Max vrijwilliger op Jeugdland. Ooit kwam hij er om een hut te bouwen en dat doet hij nog steeds. De hoogste hut op het terrein is van Max. Maar zijn vrijwilligerswerk bestaat voornamelijk uit pingpongen met de Marokkaanse buurtjongens, die staan te dringen om hem af te smashen.
‘Ben je fotograaf?’, vroeg Max toen hij mij met een camera zag lopen. ‘Ik ook .’
‘Jaja, dat hoor ik dagelijks’, dacht ik. ‘Zijn we tegenwoordig niet allemaal fotografen met de Iphone in de aanslag?’
‘Ik ben de Nederlandse Diane Arbus, maar dan beter.’
Nieuwsgierig naar zoveel eigendunk tikte ik thuis Max Natkiel in. Blijkt hij inderdaad een prachtig fotoboek gemaakt te hebben. Paradiso Stills is een portret van de punkgeneratie in de jaren tachtig.
Max was een vaste bezoeker van Paradiso en experimenteerde wat met fotografie. Toen hij de punkers begin jaren tachtig binnen zag stromen, ging hij met zijn Roleiflex bij de wc staan. Omdat hij samen met hen dronk en blowde, wilden de jongens en meisjes wel even voor hem poseren. Per avond kon hij maar één fotorolletje betalen, en was hij na zestien opnamen klaar. Al snel was er belangstelling voor zijn foto’s en mocht hij op rekening van een zekere Henri Parens bij Capilux rolletjes halen. Parens was later de uitgever van het boek, waarvoor aanvankelijk niet veel belangstelling was. Tweeduizend exemplaren belandden bij De Slegte voor een tientje per stuk. Toen de punktijd voorbij was werd het een collectorsitem.
Laatst nog, vroeg een antiquair op de Haarlemmerstraat hem een handtekening voorin te zetten. Toen Max zevenhonderd euro in de rechterbovenhoek zag staan, vroeg hij een briefje van twintig voor zijn krabbel.
Hoewel hij altijd is blijven fotograferen, is er nooit meer iets gepubliceerd van zijn werk. Maar binnenkort verschijnt eindelijk een heruitgave met extra veel foto’s, onder de titel Studio Paradiso; slechts voor negenendertig euro.
Heb ik nu een gratis exemplaar verdient, Max?

Strammer Max
Strammer Max

The Big Apple

De Dude zit voor zijn huis in de zon. Hij verteld dat hij eindelijk naar New York City is geweest. Hij kent die stad natuurlijk als zijn broekzak, hij was er alleen nog nooit geweest.
Dat zit zo. De Dude is een sucker voor Amerikaanse films uit de jaren zeventig. Sowieso het favoriete decennium van de Dude. Ik vraag wat hij allemaal gezien heeft.
‘Ken je die scene in The Warriors met dat Wonder Wheel op Coney Island. Daar moest ik naar toe. Warriors come out to play-i-ay.
Op de terugweg zijn we uitgestapt in Bensonhurst. Dat was vroeger het Little Italy van Brooklyn. Merk je nu niks meer van, allemaal Latino’s en Chinezen. Maar ja, ik wilde een pizza eten bij Lenny’s. Weet je wel, waar John Travolta in Saturday Night Fever ging eten. Dat viel tegen man, die tent swingt niet meer. Toen even over 86th street gelopen. Daar is de mooiste achtervolgingsscene uit de filmgeschiedenis opgenomen: onder die elevated subwaytracks in The French Connection. Man, ken je klassiekers.
Ik ben ook nog naar Gleason’s Gym geweest: legendarische boksschool. Daar trainde De Niro voor Raging Bull. Was trouwens een natural, die De Niro; Lamotta himself vond hem een goede middleweight.
Waar ben ik allemaal niet geweest. Te veel om op te noemen, man.
Maar het is wel verandert sinds seventies. We logeerden in Bedford-Stuyvesant, dat was vroeger een gritty neighbourhood. Daar speelt die undercover scene in The French Connection. Dat is een beetje hippe wijk geworden, niet meer wat het geweest is.’

Ik was zelf een paar jaar geleden in New York en zag op klaar lichte dag deze man zitten in Williamsburg. En nee, er stond geen filmploeg omheen. Let op zijn roze sokjes.

Lees hier wie de Dude is.

Mobster
Mobster

Mien

Ik heb wat met de vrouwtjes deze week. Zaterdag at ik op de Dappermarkt een patatje omdat mijn vrouw vind dat ik te mager word. Daar hadden de vrouwen die aan het tafeltje naast me stonden te bunkeren geen last van. Zij hadden gewoon honger. Om acht uur `s morgens waren zij uit Venlo vertrokken. Ik vroeg of er in Venlo geen markt is. “Jawel, maar daar barst het van de Duitsers.”
Ze moesten trouwens ook nog naar de Primark in Almere. Dat kon mooi in één keer op hun vrije NS-reis.
Nadat ik een foto van ze had gemaakt, wilde Mien met mij op de foto. Ze zat haar kleinzoon thuis te pesten dat ze een andere man ging zoeken. Ik was de geschikte kandidaat. “Moet je wel even verliefd naar me kijken”, zei Mien. Ach, ik ben ook de lulligste niet.

Bunkeren
Bunkeren