Akita Inu

Hij: ‘Het is een Akita Inu, een Japanse vechthond. Samoerai jaagden met deze honden op beren. Hij is drie Pittbulls in één. Het is een reu, hè. Als er een andere reu bij hem komt grijpt ie hem. Laatst fiets er een man met z’n hond los naast zich. Ik zeg: lijn hem even aan. Hij zegt: mijn hond bijt niet. Nee, maar de mijne wel, en dan heb je zo een scheur van dertig centimeter. Moet je hem een muilkorf omdoen, zegt ie. Ik zeg: je bent te lui om met je hond te lopen, je fietst er naast. Zegt ie: je bent precies zoals je er uit ziet, een asociaal. Omdat ik tatoeages heb, ik werk in een tattooshop. Kijk op mijn hoofd een doodskop, bestaat uit allemaal schilderijen van Dali. Hier: de Liquid Clock. Ik ben geen cultuurbarbaar. Weet wat een cultuurbarbaar is, iemand die zijn fiets aan een standbeeld vastzet.
Ik ben intussen zeventig, altijd veel gesport, geen drank, geen drugs, geen anabolen. Als je dat nodig hebt om je goed te voelen, ben je niet normaal. Ik was portier bij de grootste negertent van de stad, de Ponderosa op de Nieuwendijk. Dat is voor jou tijd. Daar werkte ik met een kerel die zestig biertjes per dag dronk. Als ie `s morgens binnen kwam stond ie helemaal te trillen, moest ie eerst tien biertjes hebben. Ik heb hem één keer dronken gezien, stond ie met z’n dienblad in de steeg te lallen, kan je nagaan wat ie toen gedronken moet hebben.
Twee jaar geleden heb ik een infarct gehad. Ik voelde me `s morgens niet goed, ben in m’n Jeep gestapt en meteen naar het ziekenhuis gereden. Ik kon direkt naar de operatiekamer om te dotteren en een paar stands. Zegt die dokter na afloop: u bent klaar, u had ook geen dag later moeten komen. Ik zeg: kan ik dan nu naar huis? Bent u niet goed bij u hoofd, zegt ie.
Kom je een keer een kop koffie bij me drinken, ik woon in de Transvaalstraat. Mazzeltof, hè.’

Akita Inu
Akita Inu
Akita Inu
Akita Inu

Kadett

Al een paar keer had ik hem om de hoek zien staan. Je kan er ook niet echt omheen. Eigenlijk is het natuurlijk een ontzettend truttig autootje. Of beter: het was een ontzettend truttig autootje; het meest verkochte burgermans karretje in de jaren 70. Maar nu, veertig jaar later, knalgeel, moet ik meteen denken aan New Kids. Goed, daar figureert een gifgroene Manta, maar ook in deze Kadett zie ik een snorremans staan gassen bij het stoplicht. Dit is trouwens de snelle 1.2 55 pk 1200S uitvoering. Ik had eigenlijk ook een foto onder de moterkap moeten maken: een heel klein basic motorblokje. De bodem schijnt een lappendeken van laswerk te zijn. En de carrosserie bevat meer plamuur dan metaal. Bij Cordaan aan de Cruquiusweg restaureren mensen met een ‘indicatie’ deze Opeltjes. Voor duizend euro kan je er één kopen. Maaskantje here we come.

Kadett B
Kadett B

Zie die luchtinlaat toch eens…