Wendy & Wahid

Het Oosterpark is weer open!
Een jaar lang moest ik links of rechts om het park heen. Dat is niet alleen lastig omdat de route door het park de snelste is naar mijn werkplek in de Indische buurt. Maar vooral het park zelf miste ik. In het Oosterpark komt de stad echt samen.
Marokkaanse vrouwen joggen langs de alcoholistenclub. Jopie geeft in alle vroegte tai-chi les bij de muziekkoepel waar ’s middags pubers schuilen voor de regen. Zondag voetballen de Ghanezen hun eigen competitie op het grote veld. Een vogelaar tuurt door zijn kijker. ‘s Avonds hoor je van verre hoe twee jongens kaseko oefenen op hun saxofoons.
Donderdag zag ik Wahid en Wendy staan. Ze hielden elkaar zo lief vast.
Wendy komt uit Groningen. Via een vriendin leerde ze Wahid kennen. Wahid is slim, hij zit op het atheneum aan de rand van het park. En Wahid ziet er goed uit. Wahid komt uit Pakistan. Wendy werd verliefd. En met de liefde kwam ook het geloof. Wendy werd nieuwsgierig naar de islam die Wahid belijdt. Ze vroeg hem haar er over te vertellen. Het sprak haar aan. Ze besloot ook volgens de regels van de islam te gaan leven. Hoever ze daar in gaat bepaalt ze zelf. Een hoofddoek hoort er volgens haar wel bij.
Haar ouders hebben het daar wel moeilijk mee. Maar ze laten de keuze aan Wendy. Ook vriendinnen vinden het raar. Gelukkig draagt haar beste vriendin ook een hoofddoek.
‘En als de liefde nu eens over gaat, blijf je dan geloven in de islam?’, vraag ik.
Domme vraag; het gaat nooit over. ‘Het is groter dan verliefdheid, het is een verbintenis voor het leven.’
Als ik ze zo zie hoop ik het voor ze. Ze zien er zo gelukkig uit samen.

Wahid & Wendy
Wahid & Wendy

Vogelaar

“Ik ben een systeemvogelaar. Kijk, je heb van die vogelaars die rennen er met z’n allen op af als er ergens een zwarte wouw wordt gespot; en dan strepen ze hem af in hun boekje. Maar ik observeer vogels in hun dagelijks doen en laten.
Zo bijzonder is de kokmeeuw niet, maar als je ze een tijdje in de gaten houdt ontdek je van alles. De ‘Geel EHNP’ bijvoorbeeld, die zat altijd in het midden van de groep. En week, na week, na week zie ik hem naar de buitenkant verhuizen. Opeens is hij weg, dood natuurlijk.
Ik sta hier altijd door mijn kijker te turen naar de ringen om hun poten. Die gegevens stuur ik aan een onderzoeker. Die klaagt soms dat ik zijn onderzoek vervuil: driekwart van zijn waarnemingen komen van mij. Drie jaar geleden zat ik nog bij de alcoholistenclub hier in het park. Nu heb ik deze verslaving; dit is leuker.
Afgelopen najaar zie ik de ‘Wit LKW’ rechtstreeks uit Scandinavië komen vliegen, en precies landen op het paaltje waarvan hij in het voorjaar vertrok. Die vogels kunnen beter de weg vinden dan wij. Die hebben geen last van ruis. Mensen hebben bij alles wat ze zien een herinnering of een mening, dat zit maar in de weg.”

Noot voor de echte vogelaar: Ik weet niet zeker of ik de kleurcodes van de ringen goed onthouden heb.

Gerard de vogelaar
Gerard de vogelaar

In december 2010 fotografeerde ik Frank Majoor tijdens het ringen van de vogels.

Frank Majoor ringt een kokmeeuw
Frank Majoor ringt een kokmeeuw

Meneer Prins

“Ik moet bewegen om jong te blijven. Als ik er mee ophoud, word ik een oude man.”
Meneer Prins heeft een sportief leven achter de rug. Hij deed aan boksen. Hoewel hij na één wedstrijd bedacht het nooit goed zou kunnen zijn, die klappen voor je hoofd. Stapte over naar Jiu Jitsu. Maar de meeste tijd zat hij in een skif op de Amstel.
“Heerlijk in de buitenlucht.”
En nu, op zijn drieëntachtigste, doet hij dagelijks zijn oefeningen in het park.
“Ik moet wel, als mijn lichaam het laat afweten, verdort mijn geest ook. Hardlopen gaat helaas niet meer. Maar ik zet er tijdens de wandeling flink de sokken in, hoor.”

Meneer Prins
Meneer Prins

...verdort mijn geest ook.
…verdort mijn geest ook.

Ik moet bewegen om jong te blijven
Ik moet bewegen om jong te blijven

Black Stars

Het zijn geen mooi-weer-voetballers, deze mannen uit Ghana. Zon of regen, wanneer ik op zondagmorgen door het Oosterpark fiets, zijn zij er ook. Er zijn verschillende groepen die op de grote weide spelen. Mijn mannen nemen altijd kleine goaltjes mee. Als ik langfiets zijn ze net bezig om teams te kiezen. Ik vroeg me af wie als laatste zou worden gekozen. Maar het heen-en-weer schreeuwen in Pidgin-Engels, waarbij iedereen door elkaar bleef lopen, zorgde dat ik daar niet achter kwam.
Kennelijk waren er na een tijdje twee ploegen samengesteld, want er werden hesjes uitgedeeld. Niet onbelangrijk als iedereen zijn eigen clubkleuren heeft. Er kon worden afgetrapt; wie zou toch degene die als laatste werd gekozen zijn?

In 2011 schreef ik over de Ghanese winnaars van het Kwakoe-toernooi: Manya Superstar International.

Black Stars
Black Stars
Fashionista
Fashionista
Starplayers?
Starplayers?
Last one?
Last one?

Chillen

Hij: ‘Iedere vrijdag chillen we daar op de skatebaan. Die skategasten cruisen, wij drinken en roken een splif. Eén van die gasten heeft een grote boombox gemaakt met wielen eronder die hij achter z’n fiets hangt. Draait ie strakke muziek. Maar nu regent het, kunnen we beter hier hangen, samen met de alcoholistenclub. Wacht, even mijn telefoon pakken:
Dude waar zit je? Welk politiebureau, hier vlak bij?.. Ja gast, je moet ook niet zo praten tegen die politie… Ha, heb je hem voor z’n voeten getuft. Niet zo smart…Heb je je vader gebeld?..Nee, zou ik niet doen. Vanavond gaan we nog crashen bij Suraya. Als die smeris je laat gaan, zie ik je daar. Hé gast, er staat hier een fotograaf die een foto gaat maken. Later. ’

Chillen
Chillen

Ronnos

Bij het slavernijmonument stonden drie mensen gekleed in de Surinaamse vlag. Geroutineerd namen ze verschillende poses aan. Ik keek om mij heen. Iets verderop hing een man op een fiets. Bij nader inzien bleek hij foto’s te maken; hij vond het niet nodig af te stappen.
Toen hij klaar was, vertelden de Surinamers dat het voor Keti Koti was. Of ik ook nog een paar foto’s wilde maken. Ik vroeg hen achter de slaven aan te gaan staan.
‘Zit je nou me shoot over te nemen. Ga eens aan de kant, die foto moest ik ook nog maken.
Hoe doe je dat ook al weer met die diepe scherpte? Verdomme, hij stelt steeds scherp op de voorste slaaf. Moet ik hem dan op spotmeting zetten?
Ik maak ieder jaar wat foto’s voor deze mensen. Eigenlijk ben ik gespecialiseerd in dansfotografie. Ik ben een grote naam in de buikdans-scene. Pas heb ik nog foto’s gemaakt met Aisa Lafour, dat is de beste buikdanseres die we hebben in Nederland. Hier heb ik een flyer. Bijna al deze foto’s heb ik gemaakt. Dat is ‘r, moet je kijken wat een mooie vrouw. En deze, uit Rusland, schitterend toch. Ik ben een soortement van de huisfotograaf. Dat wil ik ook wel bij andere dansgroepen, maar het is moeilijk om er tussen te komen. Ik word te goed hè, dat is een bedreiging voor andere fotografen. Maar voorlopig heb ik hier veel werk aan hoor. Binnenkort komt er weer een nieuwe danseres uit Egypte, die moet ik dan ook weer fotograferen.’

Scroll naar beneden om te zien waar Ronnos zo verliefd naar kijkt.

Ronnos
Ronnos

From Cairo with Love
From Cairo with Love

Jopie

Als meester Chan er niet is leidt Jopie de tai chi training in het Oosterpark. Meester Chan heeft vertrouwen in Jopie. En dat is niet zo gek, want Jopie doet al jaren aan tai chi. Nu zo’n drie jaar bij meester Chan. Daarvoor bij een school aan het Entrepotdok, maar daar durfde men niet naar buiten. Terwijl het zo mooi had kunnen zijn met de dierengeluiden van Artis op de achtergrond. Buiten moet je zijn. Het is volgens Jopie juist de bedoeling van de trainingen dat je qi één wordt met de elementen.
Dat zit bij Jopie wel goed. Achttien jaar lang reisde hij heen en weer naar Zweden. Daar in de mooiste bossen van Europa was hij houthakker. Leven in het ritme van de natuur. ’s Morgens opstaan en tai chi oefeningen doen. Dan houthakken: met een bijl, niet met een motorzaag. ’s Middags eten, even een dutje doen, hardlopen, nog wat bomen kappen, en de dag weer afsluiten met zijn oefeningen. Dag in, dag uit.
Toen zijn kameraden hem eens vroegen wat hij het meest miste aan Amsterdam, dacht hij na en zei: ”Het ratelen van een fietsketting langs de kettingkast, dat mis ik.” Gelukkig fiets hij nu iedere morgen naar het Oosterpark.

Daar in de mooiste bossen van Europa was hij houthakker.
Daar in de mooiste bossen van Europa was hij houthakker.

Lyme & Boksen

Hij: “Mijn lichaam heeft zon nodig. Ik zie er wel gespierd uit en zo, maar mijn lijf rot weg. Ik heb Lyme, vijf jaar geleden ben ik in het Vondelpark gebeten. Het is net een soort HIV, mijn hele immuunsysteem is naar de klote. Ik had twee maanden longontsteking. Kijk ik kan niet eens rechtop staan. Ik was sportinstructeur; Capoeira, Pensak Silac, yoga gaf ik ook. Nu kom ik vaak mijn bed niet eens uit, doe ik liggend ademhalingsoefeningen; daarom zie ik er nog zo goed uit. Mijn voordeel is dat ik een vechter ben. Ik heb een klote jeugd gehad, dan leer je overleven. Ik heb kanker overwonnen, maar dit…
Ik doe nu mentale coaching. Kijk mensen moeten leren over zichzelf na te denken: wat doe ik goed, wat houdt me tegen. Laatst was er een jongen, een kunstenaar, loopt al jaren te kloten, het schiet niet op. Ik zeg: in drie sessies ken jij jezelf. Ik laat hem praten, en hij moet het opschrijven. Ik doe niks. Het jaar erop verkoopt ie voor een ton. Heeft ie me getrakteerd op een etentje.
Doe jij aan sport? Boksen… Dacht ik al. Waar? Bep Kneppers, in de Jordaan. Klassieke stijl.
Wacht effe, kijk. Jullie stoten zo… Ik doe het zo, open hand, kan je meteen voor de ogen gaan: Pensak hè. Wegdraaien uit jouw lijn, kijk sta ik naast je, kan je mij niet raken. Ik geef jouw een elleboog. Mag niet bij boksen. Op straat geef ik er dan nog een schopje op de knie bij. Als ie het dan nog niet begrepen heeft een aai over zijn neus en dan vlakke hand op z’n oor. Ik kan niet meer wegrennen hè. Dus het moet effectief zijn.
Boksen is schitterend. Ik houd van Engelse stijl: schouder een beetje terugdraaien, voorste hand laag, kan je tegenstander nooit alles tegelijk in de gaten houden. Shit man, ik heb zin om een potje met je te sparren. Over een jaar misschien, als ik weer beter ben.”

Lyme
Lyme
Pensak
Pensak

Lyme & Boxing

“I really need the sun. I may look fit, but my body’s rotting away. Lyme’s. Caught it right here in the Vondelpark. It’s like HIV. My immune system’s totally buggered. I had pneumonia for two months. Look, I can’t even stand up straight. I used to be an instructor: Capoeira, Pencak Silat, yoga too. Now I can’t even get out of bed some days, so I do breathing exercises lying down. That’s why I still look so fit. I’m a fighter – that’s my main advantage. My childhood was crap, but you learn to survive. I beat cancer, but this…
I’m into mental coaching, these days. People need to start thinking about themselves: What am I doing right? What’s holding me back. A while back, there was this guy, an artist, who just kept screwing around, wasn’t making any progress. So I said: three sessions and you’ll know all about yourself. I let him talk and he had to write it down. I just sat and watched. The year after that, he sold a hundred-thousand’s worth of paintings. So he took me out to dinner.
Do you do any sports? Boxing? I thought so. Where? Bep Kneppers in the Jordaan? Classic style. Wait, watch this. You guys punch like this. I do this. Open hand. That way you can go straight for the eyes. Pencak style, yeah? Turn off your line, like this, now I’m next to you and you can’t hit me. I give you the elbow. That’s not allowed in boxing. Out in the street, I’d add a kick to the knee for good measure. And if that doesn’t teach them, I give them a stroke to the nose and then a slap to the ear. I can’t run away, see? So I have to be effective.
Boxing is brilliant. I love the English style: shoulders back a bit, front hand low, so your opponent can’t see what you’re up to down there. Shit, man, I’m in the mood to do some sparring with you. Maybe next year when I’m better.”

Translated by Richard de Nooy

Lyme
Lyme
Pensak
Pensak